De streepjescode


barcode

Coderen is een woord wat bij veel mensen paniek doet aanjagen. Het doet ze denken aan het programmeren van moeilijke computerprogrammas. Echter is niks minder waar, coderen is eigenlijk een term voor het verwerken en ordenen van informatie. Coding and marking komt veel voor in ons dagelijks leven. Daarom een kleine omschrijven van het verleden en het heden.


Vroeger gebeurde dit door bijvoorbeeld de ponskaart, dit waren kaarten waarin gaatjes zaten of gemaakt werden. Een gaatje op een bepaalde plek stond gelijk aan een bepaalde actie of een stukje informatie. Een mooi voorbeeld zijn draaiorgels die werken door een ponskaart door het orgel heen te rollen. De plek van het gaatje op de ponskaart bepaalt in dit geval de juiste muzieknoot.

Vroeger gebruikte men ook ponskaarten in supermarkten, ze hingen voor het schap in een bakje en zo kon vervolgens bij de kassa de juiste prijs worden aangeslagen. Toch is de ponskaart, hoe eenvoudig en geweldig hij ook klinkt tegenwoordig outdated als codeersysteem en vervangen door de streepjescode.

De streepjescode is in 1972 ontwikkeld door wetenschappers Woodland en Silver. Zij waren al meer dan tien jaar druk op zoek naar een vervanger van de ponskaart. De streepjescode werkt volgens het zelfde principe, echter zijn de gaatjes in de kaart vervangen voor getallen en streepjes die het mogelijk maken voor een computer om snel de code te lezen. Deze code staat vervolgens in het systeem weer gekoppeld aan bepaalde informatie. In de supermarkt is dit de prijs van de producten op de kassaband, in het ziekenhuis zijn dit gegevens van de betreffende patiƫnt en in parkeergarages worden streepjescodes gebruikt om de uitrijtijd te bepalen. Ook het bagagesysteem op Schiphol werkt aan de hand van streepjescodes. Zo komt de juiste koffer volledig automatisch in het juiste vliegtuig terecht en kan jij zorgeloos genieten van je welverdiende vakantie.